Partycentrum De Sluis ligt naast kanaal de Zuid-Willemsvaart en bij ‘Sluis 16’ waaraan de naam is ontleend.
In 1933 werd het hoofdgebouw van De Sluis gebouwd door de familie Van der Loo. Dankzij het kanaal de Zuid-Willemsvaart werd ‘Logement De Sluis’ een pleisterplaats en ontmoetingspunt voor de schippers.
Deze bijzondere sluis is een zogenaamde bajonetsluis, omdat het beneden- en het bovenhoofd niet recht tegenover elkaar zijn gelegen.
Eind dertiger jaren werd Partycentrum De Sluis overgenomen door Bèr Kreemers, opa van Annelies Haex. In 1976 nam Annelies Haex het roer weer over van ‘Tante Sien’, dochter van Bèrke. Zoon en dochter van Annelies, Robert en Miriam Beerens, zijn de volgende generatie ‘Sluisjes’. Beide zijn zeer gemotiveerd om het familiebedrijf nog lang in Weert te houden. Sjef, zoon van opa Bèr, is nog vaak bij ‘zijn Sluis’ te vinden en als u een gesprekje met hem aanknoopt dat merkt u al gauw dat hij een lopend geschiedenisboek is:
Weet u hoe ‘opa Bèr’ het huidige gebouw in zijn bezit heeft gekregen? Door woningruil! Opa had voor - wat wij tegenwoordig een luttel bedrag vinden - een huis laten bouwen en ruilde dat met ‘Logement De Sluis’ van familie Van der Loo.
Het gammele hok met kippen kreeg hij er gratis bij…
De clientèle in 1930-1940 bestond vooral uit de schippers van de trekschepen die over het kanaal voeren. De Sluis was toen een logement waar deze schippers en hun mannen konden overnachten.
De Sluis werd in de volksmond ook wel ‘Het Rovershol’ genoemd. Botersmokkelaars sloegen hun buit op in de koude kelders van De Sluis. En dat het er serieus aan toeging blijkt uit het verhaal van de douanier die een smokkelaar achtervolgde en de regen kogels die boter op de kar verpestten.
Ook de oorlog heeft De Sluis niet gespaard. Zware bombardementen in de omgeving zorgden ervoor dat het dak er meerdere keren vanaf werd geschoten. En steeds weer moest ‘opa Bèr’ zélf de herstelkosten betalen…